Tijdelijke ondersteuningsconstructies zijn een onderbelicht aspect als het gaat om constructieve veiligheid. Wie is verantwoordelijk voor die veiligheid en wat zijn de eisen bij het bouwen van zo’n constructie? Kees de Bont, manager uitvoering en engineering bij Hünnebeck en voorzitter van de productgroep Bekistingen & Ondersteuningen bij VSB, gaf er een presentatie over bij de Partnerraad van KPCV, Kennisportaal Constructieve Veiligheid.

Een tijdelijke ondersteuningsconstructie is bedoeld om belastingen uit een constructie af te dragen, zolang die constructie (meestal beton) dat zelf nog niet kan. De vraag is wie zo’n ondersteuningsconstructies mag bouwen. Eisen bij de montage zijn maar heel beperkt, zo bleek uit de presentatie van Kees de Bont.

Tijdelijke ondersteuningsconstructies zijn er in allerlei soorten en maten. Bekend zijn de schroefstempels. Maar ook torensteigers en systeemsteigers worden veelvuldig toegepast. En in de infra kom je hele zware ondersteuningen tegen. Ze worden in verschillende materialen uitgevoerd: staal, aluminium, hout en tegenwoordig ook kunststof.

Bij ondersteuningsconstructies zijn gedurende het hele proces verschillende partijen betrokken: van initiatief en ontwerp tot werkvoorbereiding, realisatie, gebruik en demontage. Wat de verschillende taken en verantwoordelijkheden zijn, staat in een demarcatielijst in de Richtlijn Bekistingen en Ondersteuningen (RBO). Daarnaast is veel vastgelegd in wet- en regelgeving. Denk aan de Arbowet, NEN-EN 12812 Ondersteuningsconstructies, de Eurocode, de uitvoeringsnorm voor beton NEN-EN 13670 en diverse product-systeemnormen en sectorhandvatten.

In de praktijk gaat het mis

Toch gaat het in de praktijk regelmatig fout. Hoewel richtlijnen zoals de demarcatielijst vaak worden meegestuurd met offertes, is kennis over veilig gebruik lang niet altijd voldoende aanwezig. Opdrachtgevers en uitvoerende partijen geven daar bovendien geregeld hun eigen invulling aan. Vooral bij kleinere bouwbedrijven leidt dat veelvuldig tot problemen.

Zo wordt niet altijd gebouwd volgens tekening en berekening. Heldere communicatie daarover is essentieel, zeker bij wijzigingen in ontwerp, uitvoering of fasering. Verder ontbreekt het vaak aan kennis over de draagkracht van de ondergrond en worden omgevingsfactoren onderschat. De constructies moeten bijvoorbeeld op een juiste manier worden gezekerd om windbelasting op te kunnen nemen.

Ook veiligheidsvoorzieningen krijgen niet altijd de aandacht die nodig is. Zo worden leuningen soms vergeten (bewust of onbewust). Daarnaast is demontage een kritisch punt. Die vraagt om specifieke deskundigheid en is bijna een vak apart.
Dit alles leidt tot veel incidenten, waarvan slechts een klein deel de publiciteit haalt.

Vakmanschap

Een groot probleem is het gebrek aan vakmanschap. En dat is weer te wijten aan onvoldoende opleiding. VSB streeft er naar om een opleiding verplicht te stellen voor het monteren van ondersteuningsconstructies. Verder wordt binnen de vereniging gewerkt aan de Richtlijn Ondersteuningsconstructies. Daartoe wordt een deel van de bestaande Richtlijn Bekistingen en Ondersteuningen (RBO) geactualiseerd. Dit deel zal worden ondergebracht als bijlage bij de Richtlijn Steigers, zodat relevante kennis over ondersteuningsconstructies onderdeel wordt van de Arbocatalogus Bouw & Infra.

Verantwoordelijkheden

Belangrijk aspect bij de veiligheid van ondersteuningsconstructie is de verdeling van verantwoordelijkheden. Vanzelfsprekend speelt de leverancier een grote rol. Die maakt de tekeningen en berekeningen en moet daarbij veiligheid als vertrekpunt hanteren. Veel informatie over het op een juiste manier monteren en gebruiken draagt hij via diverse instructies over aan het bouwbedrijf. Maar zeker bij grote projecten is het belangrijk dat de leverancier zelf ook controleert op de bouwplaats.

Vooral als de ondersteuningsconstructie invloed heeft op de draagconstructie van het bouwwerk, speelt de coördinerend constructeur een belangrijke rol

Naast de leverancier heeft ook de coördinerend constructeur een belangrijke rol, vooral als de ondersteuningsconstructie invloed heeft op de draagconstructie van het bouwwerk. Die moet bijvoorbeeld nagaan of extra belastingen uit de ondersteuningsconstructie kunnen worden opgenomen door de draagconstructie. En hij moet een hand opsteken als hij iets niet vertrouwt.

Belangrijk voorbeeld is het doorstempelen van vloeren: hoeveel stempels moeten over hoeveel lagen blijven staan, en hoe lang? Dat hangt nauw samen met de sterkteontwikkeling van het beton. Het is complexe materie en de benodigde kennis daarover is niet overal in voldoende mate aanwezig. In de praktijk kan dat leiden tot onveilige situaties, maar ook onnodig gebruik van materieel. Als wordt geëist dat stempels over meerdere lagen, over een volledig vloerveld moeten blijven staan, weet je haast dan de constructeur er onvoldoende aandacht aan heeft besteed, hetzij door tijdgebrek, hetzij door gebrek aan kennis.

Ketenverantwoordelijkheid

De belangrijkste rol bij het borgen van veiligheid van ondersteuningsconstructies is er waarschijnlijk voor de engineeringscoördinator van de aannemer. Die heeft het overzicht, ook over bouwfaseringen en wijzigingen, en moet de juiste partijen in stelling brengen. En hij moet erop toezien dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.

Maar de veiligheid van ondersteuningsconstructies is, net als bij permanente constructies, bovenal een ketenverantwoordelijkheid. Als iedereen in juiste fase de juiste acties onderneemt kunnen ongelukken worden voorkomen.